Drenthe

WSRT Drenthe

Drenthe

NNV Sterrenkundereis 2026 

 

 

Dinsdag 3 februari

 

Vanuit Venray begonnen we met 9 leerlingen en 2 begeleiders aan de sterrenkundereis met een lange autorit naar Astron in Dwingeloo. Daar hebben we onze eerste interessante lezing gehad door dr. Gemma Jansen over pulsars en hoe je extreem lange zwaartekrachtgolven kan meten met die snel ronddraaiende neutronensterren. Na de lezing kregen we een heerlijke lunch van Astron en zijn we nog even doorgegaan met de lezing. Daarna zijn we met dr. Tammo Jan Dijkema naar de Dwingeloo radiotelescoop gegaan (achter Astron op het Dwingelderveld) en hebben we gekeken naar: de 21 cm lijn van waterstof op verschillende punten aan de hemel waarmee een foto van de Melkweg gemaakt kan worden, Pulsars B0329+54 (helderste pulsar van het noordelijk halfrond), B1919+21 (de eerste pulsar ooit ontdekt) en B1937+21 (millisecondepulsar) en de zon
In de telescoop is Tammo Jan ook wat dieper ingegaan op pulsar timing en hoe je dat zelf kunt doen. Vervolgens hebben we een korte rondleiding gekregen bij de verschillende labs van Astron: hier stonden meerdere attributen van verschillende radiotelescopen. Na de rondleiding was het tijd om naar de accommodatie in Diever te gaan. Daar hebben we de avond volgemaakt met koken en verschillende spelletjes.  

 Pulsars zijn neutronensterren, deze ontstaan uit rode supergiants waaruit een supernova ontstaat en uiteindelijk een zwart gat of neutronenster. Een pulsar (snel ronddraaiende neutronenster) heeft een hele hoge dichtheid, door het kleine volume en de hoge massa. Door het supersnel rondraaien van de pulsar ontstaat een gyroscopisch effect. De pulsar heeft een magnetisch veld, maar door de snelle draaiing kunnen de buitenste veldlijnen niet meedraaien, omdat die niet sneller kunnen dan de lichtsnelheid. Hierdoor ontstaan jets, die wij kunnen waarnemen op Aarde. Als een (deeltjes)jet naar ons wijst, kunnen wij bijvoorbeeld een timer starten en de eerstvolgende keer dat hij terug is gedraaid, zetten we de timer weer op stop. Het blijkt dat de pulser extreem regelmatig ronddraaien waardoor we ze kunnen gebruiken als klokken. Maar niet elke pulsar is even stabiel, dit komt doordat de draaiing van de ster heel langzaam trager wordt omdat het energie verliest door het uitstralen van de jets. Ook kunnen we veel last hebben van ruis, vooral bij verre pulsars, maar dit kunnen we oplossen door verschillende metingen over elkaar heen te leggen. In Nederland bekijken we veel pulsars met radiotelescopen, omdat het hier vaak bewolkt is wat voor radiostraling echter (gelukkig!) geen enkel probleem is. Een voorbeeld van een toepassing van pulsars is het gebruik maken ervan als zwaartegolf detector. Volgens de relativiteitstheorie wordt tijd vervormd, en omdat de signalen van de pulsars zo goed als constant zijn, kunnen we vervormingen zien als de signalen plotseling veranderen. 

 De Dwingeloo telescoop is een radiotelescoop. Deze meet radiogolven uit het heelal. Radiogolven zijn niet waar te nemen met onze ogen. De Dwingeloo telescoop werkt daarom met een holle 'spiegel’, dit is geen optische spiegel maar een gaasoppervlak, omdat de radiogolven een veel grotere golflengte hebben dan zichtbaar licht en daarom ook niet door de gaatjes in het gaas kunnen. De radiogolven kaatsen hierdoor naar het brandpunt waar een antenne is bevestigd. In het bedieningshuis kun je de gemeten radiogolven omzetten naar geluid en ze dan horen en zien. Wij hebben met de Dwingeloo telescoop twee verschillende pulsars gemeten, we hebben gekeken naar een NASA satelliet, en naar het melkwegstelsel. Ook hebben we door walkietalkies gepraat en daarmee gezien dat de metingen die dan wordt gemaakt niet meer bruikbaar zijn omdat de golven die deze uitzenden ook radiogolven zijn, maar dan veel sterker dan die in het heelal. Om deze reden moet je ook je telefoon op vliegtuigstand zetten, zodat de metingen die eventueel gedaan worden niet verstoord worden. De Dwingeloo telescoop is niet meer in gebruik door Astron zelf, maar door bijvoorbeeld zendamateurs en vrijwilligers die in het graag metingen willen doen met de telescoop. 

Woensdag 4 feb.

De dag begon om 5.30 uur met een NL Alert: code rood vanwege super gladde wegen en trottoirs in  noord Nederland…. Iedereen was wel op tijd wakker, maar we moesten tot twaalf uur binnen blijven, waardoor een deel van het programma uitviel. Om twaalf uur reden we dus naar Franeker. Eenmaal aangekomen bij het museum kregen we meteen een rondleiding.  We begonnen bij het planetarium in de huiskamer van Eise Eisinga. We zijn te weten gekomen dat Eisinga werkte als wolkammer, maar ook als ondernemer. Het kammen en verven van wol was zijn manier van het planetarium project funderen. Daarna is ons uitgelegd wat alles betekende op het planetarium, zoals dat hij alleen Mercurius, Venus, de Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus had. Hij had zijn planetarium namelijk af net voordat Uranus en Neptunus werden ontdekt.  

Ook is ons uitgelegd hoe het planetarium aangedreven wordt. Het lijkt namelijk alsof het stil staat, maar dat is niet zo. De tandwielen draaien extreem langzaam om de werkelijke standen van de planeten te benadrukken. Zelfs de jaartallen worden bijgehouden. De tandwielen worden aangedreven door gewichtjes die langzaam naar beneden vallen, maar worden tegengehouden door een slingeruurwerk. Hierdoor wordt de potentiële energie (zwaarte energie) van de gewichtjes omgezet in draai energie van de tandwielen.  We vonden de uitleg die we hadden gekregen over dit onderwerp erg duidelijk.  

Verder waren in het museum nog verschillende astronomische observeermiddelen en modellen te zien van vroeger. Ook waren er delen van het museum dat juist modernere modellen lieten zien en je een beter inzicht geven in het heelal zoals we het nu kennen. Dit gaf een mooi contrast tussen de kennis over de sterrenkunde die wij nu hebben, en die ze vroeger hadden. 

Na de rondleiding was er een speurtocht voor ons. Deze ging over een aantal onderwerpen zoals de geschiedenis van het museum, maar ook over de natuurkunde achter verschillende voorwerpen die in het museum lagen. Nadat we allemaal klaar waren met de speurtocht hebben we nog een wandeling door Franeker gedaan terug naar de parkeerplaats. De lezing van prof. Peter Barthel kon gelukkig verplaatst worden naar de volgende dag.

Terug in Diever hebben we eerst pizza’s gegeten. Daarna presentaties in gehouden over astronomische/natuurkundige onderwerpen. De onderwerpen waren: de relativiteitstheorie, (geluid) trillingen & golven, diverse hemellichamen, type 1a supernova’s en radiotelescopen. Iedereen was zeer enthousiast om informatie te delen met de anderen, en iedereen die niet aan de beurt was, was aandachtig aan het luisteren.  

Donderdag 5 feb. 

De dag startte met een lekker ontbijtje en we maakten ook gelijk onze lunch klaar voor de middag. We gingen vroeg op pad naar het Melkwegpad in Westerbork. Enige minpuntje: het was overal glad en koud. Maar goed, het was wel een heel verhelderend pad, want je kon zien dat ons zonnestelsel echt heel groot is. Toen we bij het gebouw van de WSRT (Westerbork Synthese Radio Telescoop) waren aangekomen, kregen we een lezing van prof. dr. Peter Barthel. Hij vertelde over Quasars en Actieve Galactische Nucleus: uiterst heldere, compacte centrum van sommige sterrenstelsels, aangedreven door een supermassief zwart gat dat enorme hoeveelheden materie opslurpt. Na de lunch reden we richting LOFAR, alleen we waren veel te vroeg dus deden we een lekker kopje warme chocolademelk bij Hunebed city, een van de beste kopjes chocolademelk van de reis. Daarna reden we naar LOFAR, enige nadeel: het was in een open vlakte en nog steeds super koud met stevige wind en gevoelstemperatuur -9°C. De gids bij LOFAR vertelde in het begin over het gebied, gelukkig stonden we toen nog beschut. Daarna gingen we naar zo’n veldje met allemaal paaltjes: LOFAR-meetstations. Daar vertelde de gids ook nog alleen toen was het toch wel erg kouder. Na zijn toelichting over de radiotelescopen renden we terug naar de auto en als je het nog niet door had: het was echt heel koud. Toen we thuis waren maakten we appelflappen en een heerlijke Indische maaltijd, wat echt superlekker was. En Bert ter Winkel at ook gezellig mee. Hij gaf in de avond een lezing over de rotatiesnelheid van de zon en daarmee mochten we ook zelf aan de slag. Met een foto van de fraunhoferlijnen van de zon (gemeten met de zonnetelescoop in Utrecht) en enige hulp van Bert kregen we goede uitkomsten. Daarna begon de bontenavond, wat heel gezellig was! Met veel leuke acts en een wedstrijd van de jongens tegen de meisjes waarbij we onder andere zwarte gaten, pulsars en radiotelescopen uitbeelden. En daarna de afwas doen rond 00.00 was ook heel gezellig. En toen lekker slapen, zodat we goed uitgerust waren voor de laatste dag. 

Vrijdag 6 februari  

Na het lekkere ontbijt en ingepakt te hebben, reden we naar Utrecht. Toen we daar aankwamen kregen we een lezing van dr. Lonneke Roelofs op de Universiteit van Utrecht. Dit ging over haar onderzoeken op Mars en de Aarde. Lonneke studeerde aardwetenschappen en ging op dat gebied beide planeten vergelijken. Zoals hoe ze zagen dat groeven in een “berg” op Mars steeds groter werden. Dit zou volgens haar door water moeten gebeuren omdat de mineralen eromheen alleen kunnen bestaan bij water. Ook had ze een voorbeeld van hoe grote stenen zich met een hoge snelheid op Mars verplaatsten, wat erg leek op een modderstroom vergeleken met de Aarde. Dit testten ze dan door de omstandigheden op Mars na te doen op Aarde. We vonden deze lezing erg interessant, omdat ze veel kon vertellen over de omstandigheden en de onderzoeken van Mars. We hebben veel geleerd van haar uitleg en vonden het erg leuk. 
Na deze lezing zijn we naar het centrum van Utrecht gegaan en hebben we in de oude collegezaal van het Sonneborgh museum nog een lezing gekregen over prof. Minnaert die het zonnespectrum onderzocht met daarin veel donkere lijnen (Fraunhoferlijnen) die ontstaan als een gassen in de atmosfeer van de zon (en van de aarde) een bepaalde golflengte van licht opnemen. Later hebben we nog boven op het gebouw de spectroscoop bekeken. 
Ook hebben we nog in een koepel gezeten met een projector, die het heelal liet zien. De projector kon ook laten zien hoe sterren een supernova worden en daarna bijvoorbeeld in een pulsar veranderen. Ook van deze lezing hebben we erg veel geleerd. We vonden het een erg leuke en geslaagde dag. 

En ondanks het koude weer en de bewolking, waardoor we niet meer zelf met onze telescoop konden observeren, was het een zéér geslaagde sterrenkunde reis!